LEREN STAAT IN DIENST VAN HET RESULTAAT

Klassieke verandertrajecten worden veelal toegewezen aan een onduidelijke strategie, een starre structuur, weerbarstige cultuur of aan machtsverhoudingen en onzekerheden.

Diverse praktijkstudies hebben onlangs het bewijs geleverd dat er een verband bestaat tussen een organisatiecultuur en haar prestaties, en dat organisaties zich kunnen onderscheiden door een sterke organisatiecultuur te creëren.

De poging om even snel een organisatiecultuur te begrijpen en te veranderen is dan ook gedoemd te mislukken. Cultuur is veel meer dan ‘zo doen we het hier nu eenmaal’. Zinvol veranderen lukt alleen als je bovenstroom met de onderstroom kunt verbinden en vanuit die dynamiek de belevingen en betekenissen onderdeel te laten maken van de verandering.

De bovenstroom (of boven de waterlijn) is krachtig en tastbaar, waarin niet het ‘wat’, maar ‘hoe’ men iets kan bereiken meer op de voorgrond staat. Binnen een organisatie is dit te vertalen naar: organisatiestrategie, inhoud, structuur, financiën en vooral de resultaten van het werk, de werkafspraken, opleidingen en het geven van feedback. Het is tastbaar en creëert dan op een bepaalde manier houvast voor medewerkers.

De onderstroom (onder de waterlijn) is veel abstracter. Het gaat om het ‘gevoel’ dat altijd aanwezig is, zonder dat het tastbaar is. De onderlinge relaties van mensen (interactie), hun gevoelens, betekenisgeving, zingeving en hun energie komen allemaal terug in de onderstroom. Vanuit dit perspectief kunnen we de onderstroom wegzetten als een ‘softe’ factor maar wel één met keiharde gevolgen.

LEREN IS GRENSVERLEGGEND, GERICHT OP VERNIEUWING EN GEDREVEN DOOR NIEUSSGIERIGHEID

  • Binnen Integraalleren plakken wij geen pleister door zichtbaar gedrag te veranderen, maar beïnvloeden wij het DNA van de organisatie, de organisatiecultuur van binnenuit. Dit doen wij door de kracht van de organisatie weer in het bewustzijn te brengen. Vervolgens zal er moeten worden gekeken of de huidige waarden en overtuigingen nog wel aansluiten bij de strategie van de organisatie. Voor de leden is dit veelal een emotioneel en verwarrend proces, wat zich kan uiten in verschillende vormen van organisatieweerstand.
  • Werkbaar materiaal: leren begint bij een eigen concrete ervaring
  • Reflectie: op deze ervaring wordt gereflecteerd (faciliteren van het leren met anderen)
  • De reflectie verdiepen met een diversiteit aan relevante theorieën: gerichte theoretische interventies biedt een nieuw vensters voor de werkelijkheid. Deze constructie is nodig om te voorkomen dat we alleen maar van fouten leren. Kennis van theorieën, concepten en nieuwe modellen helpt enorm om nieuwe inzichten en ideeën te ontwikkelen
  • Na de verdieping volgt het experiment: en professional gebruikt zichzelf als instrument, het gaat niet zozeer om het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden maar veel meer om het anders inzetten van je persoonlijkheid
  • Vervolgens begint het experiment opnieuw

ERVARINGSLEREN ALS METHODE 

Ervaringsgericht leren staat bij ons centraal om op een leuke, confronterende en uitdagende manier concreet gedrag zichtbaar te maken. Bij ervaringsgericht leren gaat het om actie en reflectie. Door bewustwording en de integratie van theoretische verbanden zullen kennis, vaardigheden en beroepshouding worden versterkt.

De 10 Principes van het ervaringsgericht leren:

  • De activiteit staat in dienst van het samen leren en presteren
  • Door de gekozen activiteiten kijk je vanuit een ander perspectief naar een soortgelijke situatie
  • De gekozen activiteit vereist participatie
  • We zien concreet gedrag
  • Actie, feedback en reflectie wisselen elkaar continu af
  • Fouten zijn goedbedoelde intenties om dichter bij de oplossing te komen
  • Denken voelen en handelen worden met elkaar verbonden
  • De aangereikte theorieën en ervaringen werken verfrissend
  • Openstaan voor verwondering
  • Er zal altijd een transfer moeten worden gemaakt naar de eigen praktijk en de persoonlijke ontwikkeling

BORGEN EN VERZORGEN

“Wat iemand heeft geleerd moet blijken uit wat hij ermee doet”.

Ik ben zelf voorstander van een begeleidingsvorm die zo groot is als nodig en zo beperkt als mogelijk. Begeleid intervisie of andere vormen van professionele ondersteuning en advies kan nuttig zijn om terugval zoveel mogelijk uit te sluiten.